Definities – defi-niet-es!

Definities? Wat als de enige definitie om jou te omschrijven zou zijn “jij”?

Al vanaf heel jong leren we om dingen te definiëren met woorden. Die liefdevolle ogen boven je, die je koesteren en strelen, die spreken van liefde zonder iets te zeggen, worden ineens “mama” of “papa”. Dat leuke kleurige ronde ding dat je ogen zien, dat rolt en stuitert en lekker aanvoelt,  wordt ineens het korte woord “bal”. Definities. Omschrijvingen van dat wat we zien, horen of voelen. En zo leer je verbaal communiceren.

En hoe meer je leert, hoe meer definities er ontstaan. Woorden voor voorwerpen, maar ook woorden van waarde of oordeel. Iemand die wat flinker is noemen we dik, iemand die mager is noemen we spichtig en we vinden zelfs dat iemand “normaal” kan zijn qua postuur. We praten over termen als jong en oud en middelbaar. Iemand heeft een mooie stem of een schelle stem. Als we iets proeven dat we niet kennen vinden we het lekker, bijzonder of vies. Hoe dan ook, ergens lijken we het nodig te hebben om alles te definiëren met woorden die een graad aangeven of een bepaalde waarde, niet zelden een oordeel.

En dat oordeel nemen we later naadloos mee naar onszelf. We bekijken onszelf met kritische blik en verzinnen allerlei woorden die ons definiëren als de mens die wij denken te zijn.  Ik ben niet goed genoeg. Wat is goed genoeg dan? Ik ben nooit grappig. Oh nee? Wie vindt dat? Ik ben te dik. Ik ben te dun. Ik heb een te grote neus. Ik heb een dikke kont. Mijn borsten zijn te klein. Ik ben niet slim. Ik ben lui. Cellulitis is niet mooi. En vervolgens proberen we onszelf in allerlei bochten te plooien om aan onze eigen standaard van goed en beter, mooier, mooist te voldoen en als dat niet lukt, dan vinden we dat we falen.

Stel nou dat al die waarde-woorden eens helemaal weg vielen. Wie was je dan? Hoe zou je op dat kleine stukje grond staan waar je nu op staat? Het enige dat andere mensen zouden zien was jij. Want ook zij waren vrij van definities. Kenden de woorden groot, klein, dik, dun, onzeker, zeker, grappig, saai niet. Er was alleen het naakte en kwetsbare woord “jij”.

Hoe puur en zuiver zouden onze blikken zijn, als deze niet waren belast met definitie-woorden. Stel het je op dit moment maar eens voor. Je kijkt met een pure open blik naar jezelf. De enige definitie die je kent is “ik”. Bestaat er op dat moment dan nog steeds oordeel of slechts liefdevolle en geïnteresseerde waarneming? Voor mij is dat laatste waar.

Op het moment dat ik mijzelf durf te bekijken en alle vooroordelen en oordelen die ik over mijzelf heb gevormd, of de standaard die de maatschappij of mijn omgeving aan mij oplegt, kan laten varen, dan voel ik pure liefde. Onbezoedeld en oprecht. Op die momenten besef ik dat ik uniek ben. Dat er niemand anders is die zo is als ik. En als ik het aandurf om steeds zó dichtbij mijzelf te komen en te blijven, geeft mij dit kracht. Kracht om de grote boze wereld te verslaan. Om rechtop te blijven staan in de hagelstorm van oordeel en eisen. Dan zie ik mijzelf op mijn allerallerpuurst. Op dat moment doet het er namelijk helemaal niet meer toe hoe ik eruit zie, hoe ik praat, hoe ik loop, wat ik zeg. Op dat moment bén ik alleen maar.

Het is bijna zoals hierboven omschreven, alsof de oordeelloze, liefdevolle ogen van een ouder kijken naar het pasgeboren kind, dat mooi en goed is in alles wat het doet of niet en alles wat is.  Wat mooi is voor jezelf om te onderzoeken is bijvoorbeeld hoe jouw “blauwdruk” was. Je kunt in een visualisatie teruggaan naar het allereerste prille begin. Wie was jij toen je op deze aarde werd gezet? Wat was er in aanleg al allemaal aanwezig en hoezeer mag dat nu  tot bloei komen?  En op welke manier wordt deze bloei gehinderd door jouw zelfoordeel of door het oordeel van anderen dat je tot het jouwe hebt gemaakt.

Die zelfoordelen die bezit ook ik en vaker dan mij lief is. Het laat me soms wankelen, daar waar ik diep van binnen weet dat dit niet nodig is. Dat ik mag gaan staan voor wie ik ben en wat ik heb te bieden aan mijn omgeving. Pas als ik vertraag, mijn ademhaling volg en mij verbind met dat allerprilste begin, kom ik bij al het moois dat daar in aanleg aanwezig is en dat het te vaak moet afleggen tegen de harde ogen van het oordeel. Dan kom ik bij “ik”. En op die momenten is “ik” de enige juiste omschrijving van wie ik ben. Unieke ik.

Durf jij je unieke jij te zijn?

definities